Een jaar geleden bracht je me naar het station. Het was zeven uur in de ochtend en de zon trok langgerekte schaduwen over de nog stille straten. Je zwaaide toen je wegreed. Ik zwaaide terug en toen ik je blik zag, miste ik je al. Eigenlijk miste ik je al de seconde dat ik het portier van je auto opende.
“Braaf zijn, hè.” Een schaduw gleed over je gezicht. Ik hoorde de onzekerheid in je stem.
“Uiteraard, liefje.” Ik keek diep in je donkere ogen en kuste je. Alsof ik jou ooit zou willen bedriegen.
Wat later, op het perron, overspoelde het gemis me compleet. Het was de eerste keer in jaren dat we zonder elkaar op reis gingen. De gedachte dat jij de komende dagen niet bij me zou zijn, en ik al mijn belevenissen niet meteen met je zou kunnen delen, was meer dan ik kon dragen.
Op het vliegtuig naar San Sebastián enkele uren later, las ik De aanslag van Harry Mulisch. Terwijl de steile, groene hellingen en smalle valleien van het Baskenland vorm kregen onder me, sprongen de tranen me in de ogen. Hoe kleine, onvermoede omstandigheden zulke verpletterende gevolgen kunnen hebben in een mensenleven.
Wist ik veel dat even kleine, onvermoede omstandigheden ook ons leven zouden gaan bepalen. Elk onuitgesproken woord, elk te hard uitgesproken woord, elke frons, elke niet gegeven knuffel, elke niet gegeven zoen, elke ontweken blik, elke gemiste kans tot tederheid, jouw huid op de mijne, jouw hand in de mijne, elke keer dat we de stilte tussen ons in lieten groeien… Ze holden ons uit, duwden ons weg, steeds verder van wie we waren.
Het was een harde les die we moesten leren, jij en ik, maar wel een noodzakelijke. Eindelijk deed ik het werk dat ik jaren geleden al had moeten doen. Eindelijk zocht en kreeg ik inzichten, in meegedragen denkbeelden, in slecht geheelde wonden uit het verleden, in de angsten en de blokkades die ze veroorzaakten. Eindelijk leerde ik hoe ik écht de juiste man voor je moest zijn – open, empathisch, kwetsbaar – maar er is geen mogelijkheid meer om mijn nieuwe zelf met je te delen.
Hoeveel kan er in een jaar veranderen, haast ongemerkt, sluipend, als gif? We zijn verhuisd, ons huis heeft nieuwe bewoners gekregen. We worden niet langer naast elkaar wakker, de plek naast ons in bed blijft opnieuw leeg. We verrassen elkaar niet meer met post-itjes op hoofdkussens of brooddozen. We dansen niet meer in de keuken. ’s Avonds, op de sofa, leg je je benen niet meer over de mijne. En wanneer ik in bed kruip, leg ik mijn hand niet meer zachtjes op je heup, als teken: “Ik ben er. Slaap maar verder. Je bent veilig bij mij.”
