Mijn verhaal

Jeroen Bernaer

Ik kijk hoe mijn adem opwolkt in de ijzige winterlucht. De wolken kleuren diep loodgrijs, bijna zwart, een teken dat er nog meer sneeuw op komst is. Mijn vader trekt de slee waarop ik zit door de stille, witte straat. “Hou je goed vast, hé,” zegt hij. Zo meteen gaan we de velden in, waar de sneeuw nog ongerept is, zonder sporen. Mijn vader trekt me heuvel op, heuvel af. Ik ben vier jaar oud, en ik geniet met volle teugen.

Enkele jaren later ruil ik de heuvels achter mijn ouderlijke huis in voor steeds hogere hellingen: de Vogezen, het Centraal Massief, de Dolomieten, de Pyreneeën, de Alpen. Met het hele gezin rijden we over beroemde passen, met ronkende namen zoals de Grote en Kleine Sint-Bernhard, de Brenner, de Col de la Croix de Fer, de Galibier, de Izoard, de Aubisque… In de afdalingen remt mijn vader af op de motor. Dan al weet ik dat ik later, wanneer ik zelf groot ben, hetzelfde zal doen.

Soms neemt mijn vader me mee op de téléphérique naar een nog hoger gelegen top. Soms gaan we te voet op ontdekkingstocht in de bergen. De namiddag op de Marmolada bijvoorbeeld, staat in mijn geheugen gegrift. Het is er bitter koud. Grijze wolken bedekken de rotswanden rondom. Mijn vader neemt mijn kleine hand vast, opdat ik niet zou uitglijden op het gletsjerijs. Enkele jaren later wandelen we over de kam van de Jenner, in de Beierse Alpen. In de diepte, tussen de bomen, gloort een blauw meer, met een piepklein kerkje en de machtige Watzmann erboven.

Onze tochten wekken een grote liefde voor de natuur in me, een onverzadigbaar verlangen om de wereld te verkennen, me te meten met de weidsheid en grandeur van de bergen. Mijn vader leert me observeren, hoe het licht valt, hoe het weer plots kan omslaan. Maar ook in steden en in andere landschappen leer ik een open blik te hanteren. Niet zoals een toerist, maar diepgaander, met het doel de ziel van een plek te vatten. Ik volg niet langer de geijkte paden, maar de road less traveled by.

Rode steekkaartjes

Soms kan je echter niet anders dan de geijkte wegen te gebruiken, simpelweg om ergens te geraken. Op warme zomeravonden, terwijl de zon al onder is, zit ik naast mijn vader aan de houten tafel in de veranda, onze reis te plannen. Het is lang voor de gps zijn intrede doet, dus we hebben de wegenkaart en rode steekkaartjes bij de hand om onze route te noteren. Op die momenten voel ik wat ik in mijn leven nog vaak zal ervaren: het besef van de zinderende vrijheid die voor je ligt, van de tijd die zich voor je uitstrekt, is haast even mooi als de ervaring zelf.

Op mijn twaalfde duikt een tweede liefde op in mijn leven, die – misschien nog meer dan de eerste – mijn leven zal veranderen. Ik sta met mijn vader in de bibliotheek. Hij neemt me mee naar het rek dat begint met H. Al jaren ben ik een fervent lezer, in het Nederlands en het Engels. Op mijn tiende lees ik bijvoorbeeld al mijn eerste Engelse boekjes. Twee jaar later begin ik al wat uitgekeken te raken op de jeugdliteratuur. En dus vraag ik mijn vader om raad.

Hij duwt me een boek met kortverhalen in de handen. Ernest Hemingway, lees ik op de omslag, Mannen zonder vrouwen. ’s Avonds, in bed, bij het licht van mijn nachtlampje, begin ik eraan. Een kortverhaal over een oude stierenvechter die nog één keer wil terugkeren, maar dodelijk gewond raakt. Het is liefde op het eerste gezicht. Alles klopt. Het verhaal, de stijl, het ritme, de eenvoud en de kracht van de woorden…: ze raken een diepere kern in me.

Sindsdien gaat Hemingway met me mee. Met zijn woorden bij de hand groei ik op, word ik volwassen. Ik leer liefhebben, maar ook loslaten, en vervolgens mezelf terugvinden. Ik leer mezelf kennen, waar ik voor sta, waar en bij wie ik me het beste voel. Ik ontdek Andalusië en hoe de streek resoneert met wie ik ben.

Geregeld trek ik er alleen op uit. Ik maak trektochten met de rugzak, met vaak alleen mijn eigen handen en mijn eigen hoofd om me op te verlaten. In 2012 begeef ik me op de Camino de Santiago, de 800 km lange voettocht naar Santiago de Compostela. Een handvol jaren later zwerf ik een week lang rond in de ruige, granieten rotsmassa’s van de Sierra Nevada.

Schoonheid brengen

In al die jaren leg ik mijn ervaringen telkens op schrift vast. Als kind al schrijf ik verhalen, maak mijn eigen tijdschriften, pen mijn eerste reisverslagen neer. Maar ook in mijn volwassen leven is het schrijven nooit weg. Tijdens mijn studies aan de KU Leuven, win ik de Interuniversitaire Literaire Prijs Babylon. Als jonge snaak kom ik op de eindredactie van Het Laatste Nieuws en later Het Nieuwsblad terecht. Ik schrijf handenvol artikels voor De Standaard en werk in het weekend op de Sporza-redactie.

Later breid ik mijn expertise uit in de overheidscommunicatie en marketing. Maar ergens, gaandeweg, sluipt een rusteloosheid in me. Ik mis iets. Ik wil schoonheid delen met de wereld, een stukje kennis en passie doorgeven ook. Dat verlangen baant zich uiteindelijk een weg in woorden, op papier en gesproken, in lessen taal, literatuur en creatief schrijven.

En dus, beste lezer, sta ik hier, voor jou, met mijn woorden, mijn ervaringen, mijn verhalen. Ik hoop dat ze je bevallen, je aantrekken, je ontroeren. Dat ze misschien zelfs met je meegaan, waar je ook gaat, zoals de woorden van een oude schrijver ook met mij zijn meegegaan.